Maatschappelijk draagvlak Energie

In opdracht van de provincie Noord-Brabant monitort het PON kennis, houding en gedrag van Brabanders met betrekking tot de energietransitie. We volgen het draagvlak voor de toepassing van verschillende opties voor energiebesparing en duurzame energie. In juni 2016 is als nulmeting een vragenlijst uitgezet onder de leden van het Brabantpanel. De rapportage van deze nulmeting vindt je hier. In 2018 hebben we de meting herhaald (1- meting) en dat zullen we in 2020 nog eens doen (2- meting).

Een greep uit de resultaten van de 1-meting in 2018

Een ruime meerderheid van de Brabanders ervaart de verandering van het klimaat als problematisch. Het besef dat het gebruik van fossiele brandstoffen moet worden teruggedrongen is er: meer dan 80% van de Brabanders staat (zeer) positief tegenover het stimuleren van duurzame energie.

Tegelijkertijd hechten Brabanders veel waarde aan de betrouwbaarheid, betaalbaarheid en veiligheid van de energievoorziening. Ook moet de opwekking van energie zo min mogelijk hinder opleveren voor omwonenden en voor het landschap. Dus duurzaamheid: ja, maar wel betaalbaar en zonder hinder en impact op het landschap.

Bijna de helft van de Brabanders is bereid om met eigen geld te investeren in maatregelen voor energiebesparing of opwekking van duurzame energie rondom de eigen woning: 21% van de Brabanders is ‘bereid om minimaal € 500,- te investeren in energiebesparende maatregelen of duurzame energie rondom de eigen woning’ (17% zelfs meer dan € 5.000,-). Daarnaast blijkt bijna 40% van de Brabanders bereid om met straat- of buurtbewoners duurzame energie op te wekken, in te kopen of huizen te isoleren. Een wijkgerichte aanpak heeft dus veel potentie. Juist om de investeringsbereidheid onder particulieren te mobiliseren.


Tegelijkertijd is er een grote groep Brabanders, die niet zonder meer mee kan en/of wil doen aan verduurzaming van de energievoorziening: 40% van de Brabanders is niet bereid om zelf direct een bijdrage te leveren en 40% heeft het geld niet (over) heeft om te investeren in energiebesparing of duurzame energie. Bij de inrichting van de energietransitie is het belangrijk de vraag te stellen wie deze mensen zijn en hoe hen te bereiken. Daar ligt een grote uitdaging – ook in relatie tot de wijkgerichte aanpak.

Opleiding lijkt een rol te spelen: Brabanders met een lage en middelhoge opleiding investeren vaker een lager bedrag dan Brabanders met een hoge opleiding. Hoog opgeleide Brabanders investeren vaker meer. Deze correlatie is ook te zien in actiebereidheid: Hoog opgeleide Brabanders zijn het meest actiebereid: zij geven vaker aan met straat- en/of buurtbewoners duurzame energie op te willen weken en geven het minst vaak aan niet bereid te zijn om zelf direct een bijdrage te leveren.


Meer weten? Download hieronder de volledige rapportage:


Impactmetingen Buurkracht

In opdracht van Enpuls (2018 – 2019) voert het PON impactmetingen Buurkracht uit. Buurkracht helpt buren in heel Nederland om hun ‘buurkracht’ te ontdekken en te vergroten. Zij activeert, mobiliseert en verbindt buurtbewoners en gaat daarbij uit van de energie en het vertrouwen van de buurt. Buurkracht doet dit door mensen bij elkaar te brengen, te bouwen op kennis en expertise uit de buurt en door te ondersteunen met tips en tools. Denk daarbij aan een buurtbegeleider, buurkracht-app, eigen webpagina en acties in de buurt.


Het PON meet de impact van Buurkracht op de mate van zelf- en samenredzaamheid van bewoners in een buurt: we kijken dus naar het effect van Buurkracht op de sociale veerkracht in een buurt. Daarbij brengen we ook de effecten van Buurkracht op relevante dragers van sociale veerkracht in kaart: Is het vertrouwen dat mensen in elkaar hebben toegenomen? Zijn mensen meer veranderingsbereidheid? Hebben ze meer contact met buurtgenoten? Zien we veranderingen in burenhulp en vrijwilligerswerk etc.?


Met de impactmetingen brengen we de maatschappelijke meerwaarde van Buurkracht in beeld (in termen van sociale veerkracht). Ook leveren de metingen informatie op over de effectiviteit van het Buurkrachtproces (wat werkt wel en wat niet) op basis waarvan de aanpak kan worden aangepast (dit maakt leren mogelijk).

Neem voor meer informatie contact op met Susanne Agterbosch