‘Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt’

Samenwerking in kennis en onderzoek

Samen werkt. Althans… dat is de overtuiging van velen. Simpel is het echter niet. Regelmatig hebben we het idee dat we het zelf beter weten en kunnen. Al kan dat statistisch gezien niet waar zijn. Het zetten van de noodzakelijke stap naar de ander – even loslaten wat je hebt en had – brengt onzekerheid met zich mee. Juist als we eigenlijk nog niet goed weten waar we staan, is onduidelijk hoe en waarmee de ander zich verbindt. Dat geldt voor ons als mens, evenzeer als voor organisaties. Echt samenwerken begint pas met een helder idee over wie je bent en wat je wilt.

Een mooi voorbeeld daarvan kwamen we tegen in een recent onderzoek, dat we (jawel) samen met het Nederlands Jeugdinstituut, Stichting Alexander, Tranzo en het Nivel uitvoerden naar de rol van de jeugd-GGZ binnen de jeugdhulp. Zoals minister De Jonge naar aanleiding van het rapport schrijft:
“de intentie om samen te werken is er, maar de reflex is vaak nog om te werken vanuit de oude sectoren en specifieke professies. Wat ontbreekt is een door cliënten en de verschillende betrokken professionals gedeelde visie op wat, wanneer, voor wie passende hulp is”.


Dat zien we in het sociale domein vaker. De grote decentralisaties hebben er toe geleid dat veel opnieuw moet worden georganiseerd. Dat gebeurt in de kern lokaal. Duidelijk is dat dit in veel gevallen niet kan zonder nieuwe vormen van samenwerking met andere bovenlokale maatschappelijke organisaties en overheden. Met nieuwe complexiteit tot gevolg. Zo hebben we met de StrategieCentrale een scenariostudie gedaan naar (de versnippering in) het sociale domein in de gemeente Oirschot. Belangrijk vraagstuk voor de gemeente: hoe gaan we om met de vele samenwerkingsverbanden die er nu al zijn?
In het vormen van samenwerkingen speelt de vraag wie op welk moment welke rol heeft. Voor overheden is dit als het goed is, direct gekoppeld aan vragen van efficiëntie, effectiviteit, legitimiteit van besluitvorming en maatschappelijke betekenis. Samenwerking vraagt in de kern om een gedeeld idee van wat nodig is.


Dat kan niet zonder kennis en onderzoek. Of zoals binnen de VNG wordt gesteld: ‘Zonder kennis geen robuust lokaal beleid’. Daar kun je aan toevoegen: zonder kennisdeling en gezamenlijke kennisopbouw geen robuust regionaal beleid. Ook hier is samenwerking volop nodig. Zo zoeken de regionale planbureaus en organisaties (zoals het PON) die deze functie voor de provincie vervullen om die reden steeds meer samenwerking op. Inmiddels zijn we daarnaast volop bezig om met een heleboel partners een academische werkplaats ‘regionale duurzame ontwikkeling’ vorm te geven. Onder andere in het kader van ons beoogde samengaan met Telos.

Maar dat is verder voor na de zomer!


Nu ga ik eerst met mijn meest geliefde samenwerkingspartners (mijn gezin) op vakantie. Doen wat bij ons en soms slechts bij één iemand past. Met mijn vrouw hoop ik in ieder geval even te belanden op een kunstenfestival waar een fijne collega me op wees. In Watou (België). Met als overkoepelend thema 'SAUDADE - Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt’. Een quote uit de roman 'Bezonken Rood’ van Jeroen Brouwers.


Waarmee gewezen wordt op de bijzondere ontmoetingen die onze levens doorweven. Die in ons werk grenzen doen vervagen en leiden tot soms subtiele, soms ingrijpend mooie verbindingen en samenwerking. Fijne zomer allemaal!


Patrick Vermeulen - Directeur-bestuurder van het PON