Energiearmoede

In 2050 moeten alle woningen in Nederland, en dus ook in Brabant, verduurzaamd zijn. Dat is niet alleen technisch en economisch gezien een flinke opgave, maar ook een sociaal maatschappelijke uitdaging.

Al eerder schreven we vanuit het PON over een sociale energietransitie. Eén die niet alleen gaat over duurzaamheidsdoelstellingen in ecologische zin, maar ook over solidariteit en het verkleinen van maatschappelijke verschillen. Dit, omdat we constateerden dat de mogelijkheden om mee te kunnen doen met de energietransitie, maar ook de verdeling van de lusten en de lasten, onevenredig verdeeld zijn.

Niet iedereen kan met de stroom mee...

De energietransitie is niet meer weg te denken uit het politieke debat en beleidsdiscussies. We hebben met andere landen afgesproken dat we in Nederland in 2030 49% minder CO2 uitstoten dan in 1990. Voor de gebouwde omgeving van Nederland (en dus ook van Brabant) geldt dat in 2050 álle woningen verduurzaamd moeten zijn. Zowel voor particuliere woningeigenaren als voor huurders heeft deze energietransitie nogal wat praktische en financiële gevolgen, die helaas niet voor iedereen even goed te dragen zijn. Heb je een eigen woning én genoeg financiële ruimte, dan kan je zelf aan de slag. Je krijgt de rekening voor de investering én profiteert van het lagere energieverbruik. Maar heb je als woningeigenaar een laag inkomen, dan is het een stuk lastiger om mee te doen. Ondersteuning via de bestaande instrumenten is vaak niet mogelijk omdat je niet aan de voorwaarden voor financiering voldoet. En ook voor huurders ligt het verhaal anders. Veel huurwoningen zijn matig tot slecht geïsoleerd en moeilijk warm te krijgen in de winter, met een hoge en naar verwachting stijgende energierekening als gevolg. Voor het duurzamer maken van je woning ben je als huurder afhankelijk van de verhuurder.


Of een huishouden aanhaakt bij de transitie hangt natuurlijk niet alleen samen met de financiële positie, maar ook met huishoudspecifieke of persoonsgebonden kenmerken en leefstijlen. Mensen kunnen besluiten om vanuit een zekere overtuiging niet mee te doen aan de transitie. Ook kunnen ze moeite hebben vanwege sociale drempels zoals een culturele of een taalbarrière, door kennisachterstand of door een gebrek aan vertrouwen in hun eigen kunnen of in de omgeving.

Maatwerk is de oplossing

Al met al gaat het om een aanzienlijke groep mensen die door hun gemeente niet zonder meer aangesproken kunnen worden met een investeringsverhaal. Het is zinvol om te weten waar deze mensen wonen, want buurten verschillen in hun samenstelling en vragen dus elk om een andere benadering. Deze groep huishoudens heeft weinig tot geen investeringsruimte, is heel verschillend, woont kriskras door heel Brabant met concentraties op wijkniveau, is beperkt veerkrachtig en is kwetsbaar voor (financiële) tegenvallers. Als we ook voor deze groep mogelijkheden willen creëren om mee te doen met de energietransitie dan moeten we te weten komen welke voorwaarden voor hen belangrijk zijn. Deze voorwaarden moeten meegenomen worden bij de vorming van beleid, zowel op nationaal, regionaal als op het lokale niveau van de wijkaanpakken. Maatwerk dus. Een uitdaging in een vraagstuk waarin opschaalbaarheid en kosteneffectiviteit een hele belangrijke plek innemen.